Geluidssignalen3.Druk op toets 3; de controlelampjes van de toetsen 1 en 2
doven terwijl het controlelampje van toets 3 blijft knipperen
De afwasmachine geeft de belangrijkste gebeurtenissen aanen de digitale display de huidige stand aangeeft.
met de volgende geluidssignalen.
"Instelling van de waterontharder"
Geluidssignalen uitgeschakeld
"Einde programma"
"Alarmsignaal"
Geluidssignalen ingeschakeld (fabrieksinstelling)
De geluidssignalen uitschakelen
(De afwasmachine moet uitgeschakeld zijn)4.Als u de huidige instelling wilt wijzigen, drukt u nogmaals
op toets 3; de digitale display geeft de nieuwe instelling aan.
1.Schakel de machine uit en druk op de aan/uit toets; de
controlelampjes van de toetsen voor programmakeuze gaan 5.Om de nieuwe instelling in het geheugen op te slaan,
branden en op de digitale display verschijnen 2 horizontale schakelt u de machine uit d.m.v. de aan/uit toets of u wacht
balkjes (--) (programmeerstand).60 seconden, waarna de machine automatisch naar de
programmeerstand terugkeert.
2.Druk de multifunctionele toetsen 2 en 3 tegelijkertijd in; de
controlelampjes van de toetsen 1, 2 en 3 knipperen.
Voordat u de machine in gebruik neemt
Alvorens de afwasmachine in gebruik te nemen, moet u:Als de hardheid van het leidingwater in uw woning
1.controleren of de machine volgens de aanwijzingen is overeenstemt met stand "1", dan hoeft u geen zout te
aangesloten gebruiken omdat het water al zacht is.
2.alle transportbeveiligingen uit de machine verwijderen
Handmatige instelling
3.de waterontharder instellen 1.Open de deur van de afwasmachine.
4.1 liter water in het zoutreservoir gieten en het daarna met
zout vullen2.Neem de onderste korf uit de machine.
3.Draai de regelaar op stand 1 of 2 (zie tabel).
5.het glansmiddelreservoir vullen
4.Plaats de onderste korf weer in de machine.
6.het programma "Voorspoelen" starten
De fabrieksinstelling is stand
Waterontharder instellen"2"
De afwasmachine is uitgerust met een automatisch werkende
ontharder die kalkafzetting op het servies en in de machine
voorkomt. Hoe meer kalk het leidingwater bevat, des te harder
is het.
De waterhardheid wordt gemeten in verschillende schalen (zie
tabel).
Stel de waterontharder op de plaatselijke waterhardheid in.AA07
Informatie daarover kunt u krijgen bij het waterleidingbedrijf.
De waterontharder moet op twee manieren worden ingesteld:
en handmatig d.m.v. de regelknop van de waterontharder en
elektronisch d.m.v. de multifunctionele toetsen.
Waterhardheid Instelling waterontharderAanduiding AantalZout
in !dHhandmatigelektronischvan de geluidssignalengebruiken
digitale display
51 - 702stand 1010ja
43 - 502stand 99ja
37 - 422stand 88ja
29 - 362stand 77ja
23 - 282stand 66ja
19 - 222stand 55ja
15 - 181stand 44ja
11 - 141stand 33ja
4 - 101stand 22ja
< 41stand 11nee
5 |