40023-nl.fm5 Page 2 Friday, September 10, 2004 3:54 PM
PRODUKTINFORMATIEBLAD
Binnentemperatuurregeling in de vriezer
Het apparaat is gewoonlijk in de fabriek afgesteld om te werken bij de aanbevolen temperatuur van -
18°C.
De binnentemperatuur kan als volgt worden gevarieerd tussen -16°C en -24°C:
Druk eenmaal op de knop E voor regeling van de binnentemperatuur: op de digitale indicator
knippert de conserveringstemperatuur die voorheen was ingesteld.
De conserveringstemperatuur kan nu voor elke druk op de knop met 1°C worden veranderd; de
waarde knippert cyclish tussen -16°C en -24°C.
Ongeveer 5 seconden nadat de knop voor het laatst is ingedrukt, wordt de ingestelde temperatuur
opgeslagen, houdt deze op met knipperen en geeft de digitale indicator de aanwezige
binnentemperatuur weer aan.
Opmerking:
De digitale indicator laat waarden voor de binnentemperatuur zien tussen +10°C en -24°C.
Mocht de stroom uitvallen, dan blijven de geselecteerde functies hoe kan ook ingesteld.
Snelvriezen
Na het invriezen wordt de functie snelvriezen automatisch uitgeschakeld.
Signalering van alarmen
SignaleringOorzaakOplossing
Alarm deur openHet geluidssignaal treedtDe de in ur is langer dan 1 Sluit de deur
werking.minuut open blijven staan.
Alarm Het geluidssignaal en hetDe binnent emperatuur is Druk op de knoG : p
rode lampje C treden in hoger dan -12°C.wacht tot de
temperatuur
werking.temperatuur onder -
12°C daalt.
Alarm Het geluidssignaal treedtDe t ine mperatuursensor is Neem contact op
temperatuur-werking, en op display defect.met de Service-
verschijnSFt "".dienst.
sensor
Alarm lange Het geluidssignaal en hetDe st room ontbreekt zolang,Druk op de knoG : p
black-outrode lampje C treden in dat de binnentemperatuur het display geeft
werking; het display knippertwaarden bereikt waarbij niopnieuw de et
de hoogste temperatuur die gegarandeerd kan worden aanwezige
bereikt is na de black-outdat. het voedsel goed binnentemperatuur
geconserveerd blijft.aan.
Het temperatuuralarm kan ook geactiveerd worden nadat de deur lang heeft opengestaan, of nadat
er vers voedsel in de diepvrieszone gezet is; de tijdelijke temperatuurverhoging die gesignaleerd
wordt, is niet van invloed op de perfecte conservering van het al ingevroren voedsel.
Ontdooien
1. Druk op de knopD v oor het aan-/uitzetteOpn de digitale indicator verschijnt een
van de diepvriezer.lichtpuntje.
2. Haal de stekker uit het stopcontact of
schakel de hoofdschakelaar uit.
3. Ga te werk volgens de aanwijzingen uit
het instructieboekje.
4. Steek de stekker weer in het stopcontact.
5. Druk op de aan-/uitknD vaop n de Volg de procedure voor de "Inbedrijfstelling".
diepvriezer.
5019 100 40023NLPIFEDGBGRSNDKFIN |