Schoonmaak van het deksel:
Om het deksel gemakkelijker te kunnen schoonmaken,
opent U het en demonteert U het volledig. (zie fig. 11)
Nadien herplaatst U het, door het in de passende gaten
te duwen.
Ruimte voor de gasfles
Bepaalde fornuizen zijn uitgerust met een ruimte voor
het plaatsen van een gasfles. Deze ruimte mag in geen
geval gebruikt worden voor het zetten van een
(vermoedelijk) lege, niet-aangesloten of reserve fles.
De gasfornuizen met deze uitrusting moeten zo
worden geplaatst dat er een doeltreffende
luchtcirculatie mogelijk is binnenin de ruimte voor de
FO 0418
Fig. 11
gasfles zelf. Het is ook mogelijk op deze plaats en in
plaats van de fles meerdere roosters op te bergen
(bijgeleverd op specifieke aanvraag) of boxen aan te
brengen zodat u een handige opbergkast krijgt.
INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATEUR
De volgende instructies relatief aan de installatie en hetUITLAAT VAN DE VERBRANDINGSSTOFFEN
regelen moeten uitgevoerd worden door gekwalificeerdDe gasfornuizen moeten de verbrandingsstoffen
personeel. Het apparaat moet correct en conform metuitlaten, conform aan de nationale normen van kracht.
de normen en de wetten van kracht, worden
geinstalleerd.PLAATSING
Om het even welke tussenkomst moet worden gedaanDit is een type X toetsel.
bij een uitgeschakeld apparaat.Het werd ontworpen om te plaatsen tussen twee
meubelstukken waarvan de hoogte die van de kookplat
DE CONSTRUCTIEFIRMA WIJST ELKEniet overschrijdt (EN 60 335-2-6).
VERANTWOORDELIJKHEID AF VOOR EVENTUELE
SCHADE VOORTKOMEND UIT EEN INSTALLATIE DIE
NIVELLERING
NIET CONFORM IS AAN DE GELDENDE NORMEN.De fornuizen zijn uitgerust met afstelbare pootjes die
zich zowel voorals achteraan de sokkel bevinden.
U kan die pooties regelen (fig. 12) om de hoogte van
PLAATS VAN INSTALLATIE
het fornuis bij te stellen naar de nevenstaande kasten
Voor een goed functioneren van het apparaat, is het
en voor een waterpasstelling van de vloeistof in de
noodzakelijk dat er in de kamer de nodige lucht voor
pannen op het fornuis.
de gasverbranding kan toestromen op een natuurlijke
wijze. (De installateur moet de nationale normen van
kracht volgen.)
De toevoer van lucht moet rechtstreeks vanuit
openingen komen die niet van binnen, noch van buiten,
verstopt mogen worden.
De hierna volgende instructies zijn bestemd voor de
erkende installateur.
De installatie en onderhoud van het toestel moeten
worden uitgevoetd door een bevoegde installateur
overeenkomstig de geltende voorschriften en de regels
van de kunst, met name: NBND 51003.
Voor de toestellen aangesloten op het lichtnet: NBN
normen.
Wij kunnen geen verantwoordelijkheid aanvaarden
voor ongevallen of incidenten veroorzaakt door een
defecte of onbestaande aarding.
FO 0063
Fig. 12
31 |